Nieuwe Instituut
Nieuwe Instituut

Huis Sonneveld

I See That I See What You Don't See

Home

The Enigma of Vast Multiplicity

In 1968 maakte architect Aldo van Eyck een installatie voor de Triennale di Milano, een werk dat opgevat kan worden als een ecologisch manifest en een pleidooi voor de verbeelding. Aan de hand van historisch materiaal reconstrueert conservator Suzanne Mulder dit werk, dat bijna niemand gezien heeft omdat het op de openingsdag verwoest werd tijdens studentenprotesten. Wat was de boodschap van Van Eyck, welke rol zag hij voor ontwerp bij de verbinding tussen mens en natuur?

Ruimte met gebroken spiegels, installatie van Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano.

Ruimte met gebroken spiegels, installatie van Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano.

Ruimte met gebroken spiegels, installatie van Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano.

Ruimte met gebroken spiegels, installatie van Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano.

Ruimte met gebroken spiegels, installatie van Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano.

'Qu'il nous est difficile

De trouver un abri

Même dans notre coeur'

Jules Supervielle

[Aldo van Eyck, The Enigma of Vast Multiplicity, muurtekst bij entree Triennale paviljoen Aldo van Eyck]

Introductie

Net als de editie van dit jaar stond de Triennale di Milano van 1968 in het teken van de zorg om de aarde en de grenzen aan de groei. Het overkoepelende thema in 1968 was 'The greater number', nu is 'Broken Nature' het hoofdonderwerp. Destijds was het rapport van de Club van Rome een belangrijke katalysator. Ook de Vietnam oorlog en de studentenprotesten waren van grote invloed. De huidige tijd kent vele statements, maar voor deze Triennale van 2019 is het statement van curator Paola Antonelli veelzeggend: "De wereld gaat ten onder aan het gebrek aan verbinding tussen mens en natuur, maar ontwerp kan soms het tij keren door haar restauratieve kracht in te zetten."

De installatie 'The Enigma of Vast Multiplicity' van de Nederlandse architect Aldo van Eyck wordt wel gezien als de meest radicale en experimentele tentoonstelling die hij ooit gemaakt heeft. Bijna niemand heeft dit werk echter gezien, omdat de Triennale op de openingsdag door studenten werd bezet en de exposities werden verwoest. Voor Het Nieuwe Instituut reden te meer om deze historische tentoonstelling opnieuw onder de aandacht te brengen. Wat liet Aldo van Eyck zien met deze installatie, wat was de boodschap van destijds? Welke rol zag hij voor ontwerp als het ging om de verbinding tussen mens en natuur?

Aldo van Eyck, The Enigma of Vast Multiplicity, installatie Triennale di Milano 1968. Definitief ontwerp 1968. Aldo+Hannie van Eyck Foundation.

Het Grote Aantal

"Face to face with greater number society - our magnaminous kind - behaves like a half-wit with two left hands". [Aldo van Eyck, The Enigma of Vast Multiplicity, muurtekst bij entree Triennale, 1968]. Van Eyck's bijdrage kan niet los gezien worden van het debat over 'Het Grote Aantal' zoals dat vanaf de jaren vijftig onder architecten gevoerd werd. De Italiaanse architect Giancarlo de Carlo, de curator van de Triennale van 1968, stelde met dit thema het probleem van de toename van de wereldbevolking, de veroveringen van de moderne wetenschap en de discrepantie tussen westerse overvloed en de armoede in de derde wereld aan de orde.

In de jaren vijftig had de discussie over Het Grote Aantal een ander accent. Samen met o.a. Aldo van Eyck was De Carlo een van de oprichters van Team 10, een internationale groep architecten, die in de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw een voorhoede vormde in het debat over moderne architectuur en stedenbouw. Binnen Team 10 stond het thema van 'Het Grote Aantal' al vanaf de jaren 50 op de agenda, maar dan vooral in relatie tot de naoorlogse woningbouw opgave. De architecten van Team 10 hadden kritiek op de harde efficiëntie en rationaliteit waarmee veel moderne architecten de wederopbouw van Europa aanpakten. Zij onderzochten nieuwe concepten om de grote stadsuitbreidingen ondanks de massaliteit een menselijk gezicht te geven. De relatie tussen het individu en het collectief, of tussen deel en geheel, stond hierin centraal. Tegenover de toen heersende ideeën van 'De functionele stad' plaatsten zij het idee van de menselijke 'habitat', waarin rekening werd gehouden met culturele tradities, bestaande leefpatronen en het specifieke karakter van de omgeving. Met 'habitat' zochten zij naar een bredere benadering voorbij het functionalisme. In 1956 organiseerden zij de tiende CIAM meeting onder de titel "Habitat pour le plus grand nombre'. Hier introduceerden zij ook het begrip 'ecologie' in de architectuur.

De onderzoeksinstallatie _Habitat: Expanding Architecture_ belicht een van de eerste momenten waarop ecologisch denken in architectuurdiscussies werd geïntroduceerd: het tiende CIAM-congres van 1956 in Dubrovnik. Tegen de achtergrond van de opbouw van de verzorgingsstaat, het woningbouwvraagstuk, en de grootschalige modernisering van de steden stelden architecten het begrip 'habitat' centraal. De huidige focus op duurzaamheid ontbrak nog, maar kritiek op technocratisch denken werd ook toen al met dit ecologische begrip geassocieerd. In de Triennale van 1968 zie je een omslag in het denken over Het Grote Aantal, ook binnen Team 10. Het aanvankelijke optimisme over de verzorgingsstaat slaat hier om in zorgen over en kritiek op de verwording van diezelfde verzorgingsstaat. Ook is Team 10 kritisch over de opkomende consumptiemaatschappij die een nieuw pessimisme met zich meebrengt ten aanzien van het milieu, toegenomen individualisering en ongelijkheid.

Ruimte met foto’s en teksten, installatie Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano

Wandeling door The Enigma of Vast Multiplicity

Het paviljoen is te reconstrueren uit een serie ontwerptekeningen, foto's en een beschrijving van Aldo van Eyck in een artikel in Harvard Educational Review uit 1969. Met name de tekening van het definitieve ontwerp van Aldo van Eyck, een plattegrond met een precieze toelichting over hoe de bezoeker zich moest bewegen door het paviljoen, en waar wat te zien, lezen of horen was. De bezoeker moest zich eerst door een bos van boomstammen een weg banen naar de ingang. Tussen de boomstammen door waren citaten te zien op de muur, o.a.: "Face to face with greater number society - our magnaminous kind - behaves like a half-with with two left hands".

Door een smalle ingang kwam de bezoeker terecht in een driehoekige ruimte waar de wanden van onder tot boven bekleed waren met gebroken spiegels: in die spiegels zag hij zichzelf vermenigvuldigd, gefragmenteerd en vervormd. 'Yourself in space multiplied, fragmented, distorted'. Uit speakers klonk door alle ruimtes heen gelach, dan weer hard en dan weer zacht. Vervolgens betrad hij een ruimte waarin met een reeks enorme foto's kenbaar werd gemaakt dat de westerse beschaving, in tegenstelling tot de meeste traditionele culturen, niet in staat was het probleem van het grote aantal op te lossen. Een grote foto van een monotone, moderne nieuwbouwwijk met de tekst 'so little from so much', hing vlak naast een foto van een armoedige, maar levendige bidonville in Hongkong, met de tekst 'much from so little'.

Op een volgende wand een beeld van een Afrikaans Dogon dorp. Hierbij stond als tekst op de muur: "Whether in Greenland, Africa or Italy, people dealt with limited number accurately and gracefully". Met o.a. als toevoeging in Harvard Review: "Taking from environment as much as they gave, a gratifying balance was sustained."

Boomstammen bij de entree, installatie van Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano.

Ronde ruimte met kunstwerk Joost van Rooijen, installatie Aldo van Eyck, Triennale di Milano 1968. Foto Archivio Triennale di Milano

In een andere hoek van deze ruimte liet Van Eyck zien waar de ontwikkeling van de techniek toe had geleid: een luchtfoto van de Mekong Delta met een vliegtuig dat gifwolken verspreidt, en een foto van de gebombardeerde Vietnamese stad Ben Tre: 'the city we had to destroy in order to save it". Dit was een citaat van een Amerikaanse generaal na de verwoesting van deze stad tijdens de Vietnam oorlog in 1968, slechts een paar maanden voor de opening van de Triennale Tussen deze foto's in hing een foto van een oerwoud, en de tekst "from limited total loss to limitless total loss'. En in grote letters op de wand naast de foto van de verwoeste stad: "Mourn also for all butterflies".

Na deze ontregelende wandeling door een labyrint van ruimtes, door een woud van boomstammen, langs vervormende spiegels en na de confrontatie met grote foto's en statements, vergezeld van het geluid van lachende mensen, kwam de bezoeker door een smalle ingang terecht in een laatste, ronde ruimte, waar een boodschap van hoop zat verborgen. Hier hing helemaal rondom een kunstwerk van de kunstenaar Joost van Rooijen, dat bestond uit een reeks helder gekleurde stroken van textiel die steeds dichter bij elkaar hingen naarmate hun lengte en complexiteit toenam. Vergezeld van de muurtekst: "That more does not have to mean less". De tekst aan de buitenkant van deze ronde ruimte was een citaat uit een gedicht van Dylan Thomas: "The ball I threw whilst playing in the park has not yet reached the ground". Grote meervoudigheid hoefde volgens Van Eyck niet noodzakelijk tot een catastrofe te leiden. Met dit kunstwerk werd de aanzet gegeven voor een oplossing voor 'het raadsel' van het grote aantal.

Pagina uit Aldo van Eyck, The Enigma of Vast Multiplicity, in Harvard Educational Review: Architecture and Education vol. 39 no. 4 1969. Beelden en teksten in dit artikel werden gebruikt in de installatie.

Pagina uit Aldo van Eyck, The Enigma of Vast Multiplicity, in Harvard Educational Review: Architecture and Education vol. 39 no. 4 1969. Beelden en teksten in dit artikel werden gebruikt in de installatie.

Verbeelding

Van Eyck's installatie is een pessimistische aanklacht, maar is ook een pleidooi voor het herstel van de verbinding tussen mens en natuur, door middel van een omvattende, ecologische benadering van architectuur en stedenbouw (zoals hij o.a. zag in traditionele culturen), en door de inzet van verbeelding en creativiteit (zoals hij o.a. zag in de kunst en poëzie). Een boodschap die ook in deze tijd van betekenis is. Van Eyck liet zich, net als andere leden van Team 10, inspireren door niet-westerse leef- en nederzettingspatronen. Deze spontane of primitieve nederzettingen boden volgens hem onder meer inzicht in de samenhang tussen sociale patronen, klimatologische omstandigheden en landschappelijke karakteristieken.

Binnen Team 10 werd ook door andere architecten en vanaf de jaren '40 samenwerking gezocht met kunstenaars in hun zoektocht naar alternatieve benaderingen van stad en samenleving. Volgens Van Eyck kon verbeelding architectuur bevrijden van een op efficiëntie en rationalisme gebaseerde praktijk.

"Verbeeldingskracht blijft de enige gemeenschappelijke deler tussen mens en natuur, de enige kracht die in staat is spirituele omwentelingen te herkennen op het moment zelf en daaraan zinvolle voorspellingen te ontlenen. De verbeelding ontdekt als eerste veranderingen. Hoewel architectuur - planning in het algemeen - gebonden is aan zeer tastbare functies, verschilt haar uiteindelijke doel in niets van welke vorm van creativiteit dan ook, namelijk dóór de mens en vóór de mens uitdrukking te geven aan de natuurlijke gang van het leven."

[citaat uit Aldo van Eyck, Stellingen tegen het rationalisme, ('statements against rationalism'), interventie tijdens CIAM 1947 Bridgewater]

Nieuwsbrief

Ontvang als eerste uitnodigingen voor onze events en blijf op de hoogte van komende tentoonstellingen.