25 jaar museumwoning Huis Sonneveld
Op 24 maart is het precies een kwart eeuw geleden dat de witte villa aan de rand van het Museumpark, oorspronkelijk gebouwd voor Albertus Sonneveld en zijn gezin, een nieuw leven begon als museumwoning. Na een grondige restauratie en herinrichting was dit toonbeeld van het Nieuwe Bouwen op 24 maart 2001 klaar om de eerste bezoekers te ontvangen.
17 maart 2026
Van woonhuis tot museumwoning
Huis Sonneveld werd begin jaren dertig ontworpen voor Albertus Sonneveld, directeur van de Van Nellefabriek, en zijn gezin: zijn vrouw Gésine en dochters Puck en Gé. Vanuit hun donkere herenhuis aan de Heemraadsingel betrokken ze een ultramoderne villa die licht, ruim en kleurrijk was, zonder ook maar iets uit hun oude huis mee te nemen, op een paar schilderijtjes na. Architecten Brinkman en Van der Vlugt hadden niet alleen het huis, maar ook het interieur tot in de details ontworpen.
Albertus en Gésine woonden er tot 1954. De dochters waren het huis uit, en de ouders verhuisden naar een flat aan de Schiedamse Vest, even verderop. Huis Sonneveld werd eigendom van de Belgische staat, die het tot in de jaren negentig gebruikte als consulaire woning en ontvangstruimte. Totdat moderne communicatiemiddelen dergelijke verblijfplaatsen overbodig maakten. Het huis werd in 1997 als 'jong monument' aangekocht door Stichting Volkskracht Historische Monumenten. Na onderzoek door de latere restaurator Molenaar & Van Winden architecten werd besloten dat de villa een bestemming als museumwoning zou krijgen. Nog niet duidelijk was toen op welke wijze het huis geëxploiteerd zou worden, of door wie.
De restauratie
Het Nederlands Architectuurinstituut, de voorloper van het Nieuwe Instituut, bleek een enthousiaste en voordehand liggende partner: niet alleen lag het huis op steenworp afstand, het NAi beschikte ook over de nodige kennis om de restauratie te begeleiden en het beheer van de woning op zich te nemen. En van niet te onderschatten belang: de collectie van het NAi bevatte het archief van architecten Brinkman en Van der Vlugt. De oorspronkelijke staat van het huis is bijna volledig af te leiden uit dit archief. Daarnaast bracht het archief van de firma Gispen een schat aan informatie over de meubels en lampen die in het huis hadden gestaan.
Voor het NAi was het een unieke mogelijkheid om, als aanvulling op de collectie, architectuur op een schaal van 1 : 1 niet alleen aan publiek te kunnen tonen, maar ook ruimtelijk te laten ervaren. De museumwoning moest in eerste plaats een reconstructie zijn van het huis van de Sonnevelds en laten zien hoe ze er indertijd gewoond hebben. Uitgangspunt voor de restauratie was daarom de staat van oplevering in 1933.
De kleuren in het huis
Een van de bijzonderste aspecten van het huis is het kleurbeeld. Waar je functionalistische architectuur al snel associeert met wit, grijs en primaire kleuren, is het interieur van Huis Sonneveld verrassend warm en aards van kleur, met beige en bruintinten, en een zacht, gedempt vermiljoenrood, korenbloemblauw en eidooiergeel. Bij aanvang van de restauratie was daar helemaal niets meer van over. Het huis was door de laatste bewoners spierwit gesausd, en al het houtwerk, inclusief de wenteltrap, was felgeel geschilderd.
Van daaruit begon de zoektocht naar de oorspronkelijke kleuren, de glansgraad en oppervlaktestructuren. Oude zwart-witfoto's, interieurtekeningen en herinneringen van familieleden gaven op z'n best een globaal beeld van het kleurenpalet. Voor een precieze reconstructie was onderzoek nodig in het huis zelf. Door verf laag voor laag van de muren te krabben kwamen opeenvolgende verflagen tevoorschijn. Er zijn meer dan 200 van dergelijke 'kleurladders' gekrabd. Op archeologische wijze is zo de hele kleurenopbouw van het interieur blootgelegd.
Tip: In de voormalige garage van het huis kun je een documentaire bekijken over de bouwkundige restauratie en de reconstructie van het interieur.
Herinrichting
De herinrichting van het huis is voor het grootste deel gedaan met voorwerpen uit het bezit van de erven Sonneveld, zoals meubels en lampen, maar ook persoonlijke spullen die de familie verzamelde in de periode dat ze het huis bewoonden. Met deze objecten, waarvan op basis van foto's en ander historisch materiaal kon worden vastgesteld dat ze daadwerkelijk in het huis hebben gestaan, is het oorspronkelijke interieur zo volledig mogelijk gereconstrueerd.
Daarnaast is design uit de jaren dertig toegevoegd, en dan voornamelijk glaswerk, om het interieur verder te verlevendigen. Het zijn objecten die passen bij de smaak van de familie, bij de stijl van het huis en in de tijd.
Een levend huis
Inmiddels ontvangt Huis Sonneveld zo'n 20.000 bezoekers per jaar. Het huis, en het kleurrijke interieur niet in de laatste plaats, vormt ook al 25 jaar een bron van inspiratie voor kunstenaars. In het huis hebben onder andere modefotograaf Vivianne Sassen, de Noorse kunstenaar Anja Niemi, en architectuurfotograaf Kim Zwarts werk gemaakt. Michelle Bauer en Martijn Kappers fotografeerden dansers van het gezelschap Connie Jansen Danst, en de zitkamer vormde het decor voor de mini-opera La Voix Humaine.
Daarnaast heeft het Nieuwe Instituut in de loop der jaren zelf opdrachten aan kunstenaars verstrekt om een locatiegebonden werk voor Huis Sonneveld te maken. Dat deden onder andere interieurarchitect Petra Blaisse, ontwerper Richard Hutten en sieradenontwerper Gijs Bakker in samenwerking met dichter K. Schippers.


